ECLI:NL:RBROT:2007:BC0456
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek kantonrechter wegens ontbreken van vooringenomenheid
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die de ontbindingsprocedure van een arbeidsovereenkomst behandelde. Zij stelde dat de kantonrechter haar en haar gemachtigde op een laatdunkende wijze bejegende, hen herhaaldelijk onderbrak en onvoldoende gelegenheid gaf tot pleidooi, wat zou duiden op rechterlijke partijdigheid. Tevens werden procedurele tekortkomingen aangevoerd, zoals onvoldoende voorbereiding en strijdigheid tussen oproepingsbrief en zitting.
De wrakingskamer heeft het proces-verbaal van de zitting van 22 oktober 2007 bestudeerd en geen aanwijzingen gevonden voor een onjuiste of onvolledige weergave van het verhandelde. De kantonrechter stelde dat kritische vragen en onderbrekingen tot haar taak behoren en dat verzoeksters gemachtigde haar pleidooi volledig heeft kunnen houden. De vermeende moeizame voorbereiding en procedurele onregelmatigheden werden niet als zwaarwegend genoeg beoordeeld om vooringenomenheid aan te nemen.
De rechtbank concludeert dat noch subjectief noch objectief sprake is van een gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. Het wrakingsverzoek wordt daarom ongegrond verklaard. Tevens is gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep en cassatie bij schending van fundamentele rechtsbeginselen ondanks het appelverbod in deze procedure.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van aanwijzingen voor vooringenomenheid.