ECLI:NL:RBROT:2007:BC0862
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H. van den Heuvel
- A. van ’t Laar
- C. Laukens
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijk ontslag toezichthouder wegens onder invloed verschijnen op werk
Eiser, een toezichthouder bij Stadstoezicht Rotterdam, werd op 28 juli 2005 betrapt op het verschijnen onder invloed van alcohol op zijn werk. Na een disciplinair onderzoek werd hij ontslagen met onmiddellijke ingang. Eerder was hij al gewaarschuwd voor soortgelijk gedrag in maart 2005.
De rechtbank oordeelt dat het onderzoek naar het incident niet onredelijk lang heeft geduurd en dat eiser geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen aan het tijdsverloop dat hij niet zou worden gestraft. De verklaringen van vijf collega’s, waaronder de leidinggevende, en de erkenning van eiser dat hij de nacht voor het incident had gedronken, vormen voldoende bewijs.
Eiser voerde aan dat de verklaringen onbetrouwbaar zijn en dat er onvoldoende rekening is gehouden met zijn persoonlijke omstandigheden, zoals een trauma voorafgaand aan zijn komst naar Nederland. De rechtbank acht deze stellingen onvoldoende onderbouwd en concludeert dat het disciplinaire ontslag niet disproportioneel is.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen het disciplinaire ontslag wegens alcoholgebruik op het werk wordt ongegrond verklaard.