ECLI:NL:RBROT:2007:BC1156
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid advocaat voor fouten bij opzegging en beëindiging maatschap met concurrentiebeding
Eiser vordert dat gedaagde, zijn voormalige advocate, wordt veroordeeld wegens toerekenbare tekortkomingen in de behandeling van de opzegging en beëindiging van een maatschap met [X]. Centrale verwijten zijn dat gedaagde eiser niet schriftelijk heeft geïnformeerd over de gevolgen van de opzegging, waaronder het concurrentiebeding, en dat zij onzorgvuldig heeft gehandeld door de maatschap op te zeggen zonder voorbehoud of ontbindingsprocedure.
Gedaagde voert een verjaringsverweer aan, stellende dat eiser al vóór 1 december 1998 bekend was met de schade en aansprakelijke persoon. De rechtbank oordeelt dat daadwerkelijke bekendheid met de schade niet is komen vast te staan, zodat het verjaringsverweer faalt. Tevens is vastgesteld dat gedaagde niet schriftelijk heeft gewaarschuwd, wat vermoedelijk toerekenbaar is.
De rechtbank constateert dat de zaak complex is door de langdurige procedures tussen eiser en [X], de schikking en het concurrentiebeding. Er is behoefte aan nadere bewijsvoering en concretisering van de schade. De rechtbank verwijst de zaak naar de rol voor nadere conclusies en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het verjaringsverweer faalt en de zaak wordt aangehouden voor nadere conclusies over tekortkomingen en schade.