ECLI:NL:RBROT:2008:BC1641
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek voorlopig getuigenverhoor inzake onrechtmatig handelen Stichting Optas
Stichting BPVH, opgericht door werknemers en werkgevers, verzoekt de rechtbank om een voorlopig getuigenverhoor te gelasten tegen Stichting Optas en haar bestuurders. Het verzoek heeft betrekking op het vermoeden dat Stichting Optas en haar bestuurders het vermogen van Stichting Optas onrechtmatig aanwenden, in strijd met de belangen van de vervoer- en havenbedrijven en hun werknemers die Stichting BPVH vertegenwoordigt.
De rechtbank overweegt dat Stichting BPVH ontvankelijk is in haar verzoek, ondanks dat er geen directe rechtsrelatie bestaat tussen Stichting Optas en de achterban van Stichting BPVH. Het verzoek strekt ertoe feiten te verzamelen die nodig zijn voor een mogelijke toekomstige vordering wegens onrechtmatige daad. Verweerders betwisten de ontvankelijkheid en stellen dat het verzoek onvoldoende concreet is en mogelijk misbruik van recht betreft.
De rechtbank oordeelt dat het verzoek laagdrempelig beoordeeld moet worden en dat het voorlopig getuigenverhoor niet kan worden afgewezen vanwege een te zwakke materiële rechtspositie of omdat het een ‘fishing expedition’ zou zijn. De doelomschrijving van Stichting BPVH voldoet aan de wettelijke eisen en het belang bij het verkrijgen van helderheid over de feiten is aanwezig. Daarom wordt het verzoek toegewezen en het getuigenverhoor bevolen, met een uitvoerbaar bij voorraad verklaring.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopig getuigenverhoor van Stichting BPVH tegen Stichting Optas en haar bestuurders wordt toegewezen en uitvoerbaar bij voorraad verklaard.