ECLI:NL:RBROT:2008:BC6830
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen bestuurlijke boete voor gebruik tabaksmerk op niet-tabaksproducten
Verzoekster, handelend onder de naam Imperial Tobacco Nederland, kreeg een bestuurlijke boete van €45.000 opgelegd wegens overtreding van artikel 5a, tweede lid, van de Tabakswet. Deze bepaling verbiedt het gebruik van een naam, merk of symbool op niet-tabaksproducten dat identiek is aan dat van tabaksproducten, tenzij het in een duidelijk andere vorm wordt gepresenteerd.
De boete werd opgelegd omdat filterhulzen en een hulzen vulmachine werden aangeboden met het merk "West" dat onvoldoende afweek van het logo op tabaksproducten. Verzoekster stelde dat het lettertype, de kleurstelling en decoratieve elementen wezenlijk verschilden, ondersteund door een verklaring van een grafisch ontwerper.
De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de verschillen niet zodanig waren dat sprake was van een duidelijk andere presentatievorm. De totaalindruk bleef te veel overeenkomen met het tabaksmerk, waardoor het gebruik op niet-tabaksproducten verboden was. De rechtbank wees het verzoek om voorlopige voorziening af, mede omdat de opschorting van de betalingsverplichting niet de handhaving en dreiging met boetes wegneemt.
De rechtbank achtte zich bevoegd om over het verzoek te oordelen en stelde vast dat de onjuiste tenaamstelling van Imperial Tobacco Nederland B.V. geen procesbelangsschade opleverde. De uitspraak bevestigt dat de handhaving van de Tabakswet strikt is en dat kleine verschillen in vormgeving niet altijd voldoende zijn om het gebruik van een tabaksmerk op niet-tabaksproducten toe te staan.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de boete wegens overtreding van artikel 5a, tweede lid, van de Tabakswet wordt afgewezen.