ECLI:NL:RBROT:2008:BD2937
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.G. Smedema
- C.M.J. Peters
- M.P.C.J. van Bavel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking wegens ontbreken van objectieve vrees voor partijdigheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de voorzitter en leden van de meervoudige strafkamer wegens vermeende vooringenomenheid. Het verzoek betrof de indruk dat de rechters vooruitliepen op het eindoordeel over de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie en de schuldvraag, met name door uitspraken over de vervolging van een derde partij in het buitenland.
De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de rechters geen objectieve indruk hebben gewekt van vooringenomenheid of onbevangenheid. De rechters hebben de verdediging ruimschoots gelegenheid gegeven om onderzoek te doen en getuigen te horen, en hebben nog geen definitieve beslissingen genomen over het bewijs of de ontvankelijkheid.
Daarnaast is overwogen dat het wrakingsverzoek niet te laat is ingediend en dat het opportuniteitsbeginsel het openbaar ministerie de discretionaire bevoegdheid geeft om te beslissen over vervolging, zonder verantwoording te hoeven afleggen over beslissingen in andere landen.
De wrakingskamer concludeert dat er geen gerechtvaardigde vrees bestaat dat de rechters niet onbevangen zijn en wijst het verzoek tot wraking af.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechters is afgewezen wegens ontbreken van objectieve vrees voor vooringenomenheid.