ECLI:NL:RBROT:2008:BD5791
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing handhavingsverzoek tegen genetisch gemodificeerde rijst LL Rice 601
De Stichting Greenpeace Nederland verzocht de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport handhavend op te treden tegen de verkoop van rijstproducten uit de Verenigde Staten die besmet zijn met het niet-toegelaten genetisch gemodificeerde organisme LL Rice 601. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en wees het verzoek af, stellende dat de controles zich beperken tot de invoerfase en dat geen direct gevaar voor de volksgezondheid bestaat.
De rechtbank oordeelt dat de brieven van verweerder kwalificeren als besluiten waartegen bezwaar mogelijk is, en dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. Greenpeace kwalificeert als belanghebbende en haar verzoeken zijn concreet genoeg om als aanvragen tot handhaving te worden beschouwd. Verweerder heeft echter niet volledig op de bezwaren beslist, zodat het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:11 Awb Pro wordt vernietigd.
Inhoudelijk stelt de rechtbank vast dat de VWA steekproefsgewijze controles uitvoert conform Europese noodmaatregelen, maar dat verweerder niet verplicht is tot verdere handhaving in de detailhandel zolang geen regeling krachtens artikel 32k Warenwet is vastgesteld. Hoewel besmette rijst in supermarkten is aangetroffen, ontbreekt een wettelijke grondslag voor het opleggen van een verbod op verhandeling of terughaalmaatregelen door verweerder.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, en wijst het bezwaar alsnog ongegrond. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten. De uitspraak kan worden aangevochten bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar het bezwaar alsnog ongegrond verklaard vanwege ontbrekende wettelijke grondslag voor verdere handhaving.