ECLI:NL:RBROT:2008:BD6801
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Erkenning concurrente vordering in faillissement ondanks support letter en 403-verklaring
In deze civiele procedure staat de vraag centraal of de vordering van Plaid Inc. in het faillissement van Plaid Nederland achtergesteld dient te worden op grond van een afgegeven support letter en een 403-verklaring. Plaid Inc. had een vordering ter verificatie ingediend, welke door de curator werd betwist met het argument dat de support letter een achterstelling van de vordering impliceert.
De rechtbank overweegt dat de support letter, hoewel afgegeven met het oog op de continuïteitsgrondslag van de geconsolideerde jaarrekening van Plaid Beheer, niet leidt tot een afdwingbare verplichting jegens Plaid Nederland en geen grond biedt voor achterstelling van de vordering. De support letter wordt beoordeeld naar Nederlands recht, gelet op de nauwe verbondenheid met Nederland en het toepasselijke vennootschapsrecht.
De rechtbank wijst het verweer van de curator af dat de vordering achtergesteld moet worden en erkent de vordering van Plaid Inc. als concurrente vordering voor een bedrag van € 8.719.669,--. De curator wordt veroordeeld in de proceskosten. Er is geen sprake van onrechtmatig handelen door Plaid Inc. en ook de gestelde onrechtmatigheid van leveranties wordt verworpen.
Uitkomst: De rechtbank erkent de vordering van Plaid Inc. als concurrente vordering en wijst de achterstelling af.