ECLI:NL:RBROT:2008:BD6820
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Erkenning concurrente vorderingen Plaid Enterprises in faillissement Plaid Beheer
In deze civiele renvooiprocedure staat de erkenning van vorderingen van Plaid Enterprises in het faillissement van Plaid Beheer centraal. Plaid Enterprises had vorderingen ingediend ter verificatie, deels rechtstreeks en deels via het faillissement van Plaid Nederland. De curator van Plaid Beheer stelde dat deze vorderingen achtergesteld moesten worden op grond van een support letter en dat verrekening aan de orde was.
De rechtbank oordeelt dat de support letter, afgegeven door de Amerikaanse moedermaatschappij Plaid Inc., niet leidt tot een achterstelling van de vorderingen van Plaid Enterprises. De support letter wordt naar Nederlands recht beoordeeld en bevat geen afdwingbare verplichtingen voor Plaid Enterprises, noch een rangorde die afwijkt van de paritas creditorum. Ook is geen sprake van onrechtmatig handelen van Plaid Enterprises dat achterstelling zou rechtvaardigen.
Verder wijst de rechtbank het beroep op verrekening af, mede omdat artikel 53 Faillissementswet Pro dit belemmert. De vorderingen van Plaid Enterprises worden erkend als concurrente vorderingen zonder beperkingen voor het bedrag van €957.356,-- en voor €4.666.029,-- voor zover niet voldaan uit het faillissement van Plaid Nederland. De curator wordt veroordeeld in de proceskosten.
Deze uitspraak bevestigt dat een support letter niet zonder meer leidt tot achterstelling van vorderingen binnen een concern en benadrukt het belang van een nauwkeurige toetsing van de toepasselijkheid van dergelijke verklaringen binnen faillissementen.
Uitkomst: De rechtbank erkent de vorderingen van Plaid Enterprises als concurrente vorderingen zonder achterstelling in het faillissement van Plaid Beheer.