ECLI:NL:RBROT:2008:BD6922
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ontheffing identificatieplicht individuele klant op grond van de Wid
Eiser, een staatloze vreemdeling zonder identiteitspapieren, verzocht de minister van Financiën om ontheffing van de identificatieplicht op grond van artikel 2, zesde lid, van de Wet identificatie bij dienstverlening (Wid). Dit verzoek werd afgewezen en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser niet als belanghebbende in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kon worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelde dat de Wid en de parlementaire geschiedenis duidelijk maken dat de ontheffingsbevoegdheid van de minister uitsluitend ziet op instellingen die de identiteit van cliënten moeten vaststellen, en niet op individuele klanten. Eiser had reeds bij het openen van zijn rekening bij de Postbank geïdentificeerd moeten zijn, waardoor zijn verzoek niet op de juiste grondslag was gebaseerd.
Daarom kon de brief van 15 december 2006 niet als een besluit in de zin van de Awb worden beschouwd en was het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard. De rechtbank wees tevens op de mogelijkheid van hoger beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser geen belanghebbende is voor het ontheffingsverzoek.