ECLI:NL:RBROT:2008:BD7126
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg artikel 4 Vrijstellingsbesluit Wet Bpf 2000 bij verzoek vrijstelling verplichte deelneming bedrijfstakpensioenfonds
Eiseres, een transport- en distributieonderneming met Nederlandse en Franse werknemers, verzocht verweerster om vrijstelling van verplichte deelneming in het bedrijfstakpensioenfonds op grond van een eigen CAO. Verweerster wees dit verzoek af omdat het niet mede was ingediend met instemming van de vakorganisaties die betrokken zijn bij het arbeidsvoorwaardenoverleg binnen de bedrijfstak, zoals vereist in artikel 4 van Pro het Vrijstellingsbesluit Wet Bpf 2000.
Eiseres stelde dat de tekst van artikel 4 anders Pro moet worden uitgelegd en dat het onredelijk is dat vakorganisaties die betrokken zijn bij de bedrijfstak-CAO instemming moeten verlenen, aangezien deze zich tegen het verzoek verzetten. De rechtbank oordeelde dat de wetgever met de verplichtstelling het primaat bij de sociale partners binnen de bedrijfstak heeft gelegd en dat het verkleinen van witte en grijze vlekken en het behalen van schaalvoordelen in de uitvoering uitgangspunten zijn die de uitleg van artikel 4 bepalen Pro.
De rechtbank concludeerde dat onder 'deze vakorganisaties' de vakorganisaties worden verstaan die betrokken zijn bij het arbeidsvoorwaardenoverleg binnen de bedrijfstak en representatief zijn voor de werknemers in die bedrijfstak. Omdat het verzoek niet mede was ingediend met instemming van deze vakorganisaties, kon verweerster niet in redelijkheid worden verplicht vrijstelling te verlenen.
Daarnaast werd het beroep voor zover het betrekking had op Franse werknemers niet-ontvankelijk verklaard omdat hierover nog een besluit moet worden genomen. Het beroep voor het overige werd ongegrond verklaard. De rechtbank vond geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt deels ongegrond verklaard en deels niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van instemming van betrokken vakorganisaties en het ontbreken van een besluit over Franse werknemers.