ECLI:NL:RBROT:2008:BD7203
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- L.A.C. van Nifterick
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende partijdigheid
In deze zaak diende een verzoeker een wrakingsverzoek in tegen een rechter van de rechtbank Rotterdam, sector strafrecht, wegens vermeende partijdigheid. Het verzoek was gebaseerd op het feit dat de rechter tijdens een zitting meermalen had geweigerd om voor te lezen wat de griffier had vastgelegd als gesproken door de raadsman van verzoeker.
De wrakingskamer heeft het griffiedossier en het faxbericht van de raadsman van verzoeker bestudeerd. Tijdens de zitting werd vastgesteld dat er geen aanwijzingen waren dat de rechter subjectief niet onpartijdig was. Ook was er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid jegens verzoeker.
De rechtbank oordeelde dat de weigering van de rechter om voor te lezen geen zwaarwegende aanwijzing vormt voor partijdigheid. Het verzoek tot wraking werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen. De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters, waarbij de voorzitter de uitspraak deed.
Verzoeker was preventief gedetineerd en werd bij de zitting vertegenwoordigd door zijn raadsman. De procedure verliep met inachtneming van hoor en wederhoor, waarbij ook de officier van justitie aanwezig was. Het wrakingsverzoek werd tijdig en ontvankelijk ingediend en inhoudelijk beoordeeld.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor onpartijdigheid.