ECLI:NL:RBROT:2008:BD8259
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit bouwfraude GWW-sector wegens onevenredigheid en gebrekkige motivering
De zaak betreft een boete opgelegd aan Jagro Holding B.V. wegens overtreding van artikel 6 van Pro de Mededingingswet en artikel 81 van Pro het EG-Verdrag in het kader van het bouwfraudeonderzoek in de GWW-sector. De overtreding bestond uit een systeem van vooroverleg tussen bouwbedrijven in de periode 1998-2001.
Verweerder hanteerde een boetegrondslag gebaseerd op de aanbestedingsomzet van 2001, met een boetepercentage van 10%, en verleende een korting van 15% wegens deelname aan een versnelde procedure en 15% wegens kleine onderneming. Eiseres betwistte de proportionaliteit van de boete, de representativiteit van het ijkjaar 2001 en het beleid rond clementieverzoeken.
De rechtbank oordeelde dat deelname aan de versnelde procedure vrijwillig was en geen schending van de rechten van verdediging opleverde. De feiten en deelname aan het vooroverleg werden geacht vast te staan door erkenning in de versnelde procedure. De boetegrondslag en het boetepercentage werden niet onredelijk bevonden, maar de rechtbank vond de toepassing van de ijkjaarcorrectie onvoldoende gemotiveerd, waardoor het bestreden besluit werd vernietigd.
De rechtbank legde zelf een lagere boete op van €65.702 na toepassing van kortingen. Verder oordeelde zij dat verweerder niet in strijd met zijn beleid had gehandeld bij de toepassing van de clementieregeling en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagde. De proceskosten werden aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het bestreden boetebesluit wordt vernietigd en een lagere boete van €65.702 wordt opgelegd.