ECLI:NL:RBROT:2008:BD8272
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling boeteoplegging wegens overtreding Mededingingswet in bouwsector en toepassing clementieregeling
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van Beheer- en Beleggingsmaatschappij Renka B.V. tegen een boete van €376.519 wegens deelname aan een kartel in de grond-, weg- en waterbouwsector (GWW). De boete was opgelegd door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) wegens overtreding van artikel 6 van Pro de Mededingingswet en artikel 81 EG Pro-Verdrag.
De rechtbank oordeelde dat de versnelde procedure, waarbij deelnemers afstand doen van het betwisten van feiten en juridische beoordeling in ruil voor een boetevermindering van 15%, vrijwillig was en geen schending van de rechten van verdediging opleverde. De feiten en deelname aan het kartel werden geacht vast te staan door erkenning in de versnelde procedure.
De rechtbank vond de keuze van de boetegrondslag, de aanbestedingsomzet 2001, passend en niet onredelijk. Ook de toepassing van de clementieregeling en de boeteverminderingen, inclusief de fiscuskorting en de regeling voor kleine bedrijven, werden als rechtmatig beoordeeld. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel werd verworpen. De financiële situatie van eiseres rechtvaardigde geen matiging van de boete. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens overtreding van de Mededingingswet wordt ongegrond verklaard.