ECLI:NL:CBB:2010:BN0545
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Hoger beroep
- B. Verwayen
- E.R. Eggeraat
- J.L.W. Aerts
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boeteoplegging in bouwfraudezaak met versnelde procedure en boetevermindering
Deze zaak betreft het hoger beroep van A B.V. tegen een boetebesluit van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) wegens deelname aan een kartel in de grond-, weg- en waterbouwsector (GWW). De overtreding werd vastgesteld in het kader van het bouwfraudeonderzoek, waarbij een landelijk systeem van vooroverleg werd aangetoond.
A B.V. had gekozen voor deelname aan een versnelde sanctieprocedure, waarbij zij afstand deed van het recht op individuele dossierinzage en het betwisten van de feiten en juridische beoordeling in het rapport. NMa legde een boete op met een korting van 15% vanwege deze versnelde procedure. De rechtbank verklaarde het beroep van A B.V. ongegrond, waarna hoger beroep volgde.
Het College van Beroep oordeelt dat de versnelde procedure niet in strijd is met artikel 6 EVRM Pro en dat de voorwaarden daarvan ook in de bezwaar- en beroepsfase gelden. De keuze voor de versnelde procedure was vrijwillig en weloverwogen. De boetegrondslag, gebaseerd op de aanbestedingsomzet 2001, is niet onredelijk en passend bij de aard van de overtreding. De boete is proportioneel en de mate van betrokkenheid van A B.V. is voldoende in de boetesystematiek verwerkt.
Verder is geoordeeld dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat de zaak niet vergelijkbaar is met andere rapporten over kartels in de bouw. Ook de toepassing van de clementieregeling en de fiscuskorting is rechtmatig. Ten slotte is de weigering van de boetevermindering voor kleine ondernemingen gerechtvaardigd gezien de ratio en voorwaarden van die regeling.
De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van het boetebesluit en de toegepaste procedures en sancties in deze omvangrijke bouwfraudezaak.
Uitkomst: Het hoger beroep van A B.V. wordt ongegrond verklaard en het boetebesluit van NMa bevestigd.