ECLI:NL:RBROT:2008:BD9643
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Mentink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing sollicitatie orthodoxe moslim wegens weigering vrouwen de hand te schudden niet onrechtmatig
De zaak betreft een orthodoxe moslim die solliciteerde naar de functie van klantmanager bij de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Gemeente Rotterdam. Tijdens het sollicitatiegesprek weigerde hij een vrouwelijke medewerker de hand te schudden, wat leidde tot afwijzing van zijn sollicitatie. De eiser stelde dat deze afwijzing onrechtmatig was en in strijd met de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb) en zijn godsdienstvrijheid.
De Gemeente erkende dat zij indirect onderscheid maakte op grond van godsdienst, maar stelde dat dit onderscheid gerechtvaardigd was vanwege het belang om gelijke behandeling van mannen en vrouwen te waarborgen en conflicten te voorkomen. De Commissie Gelijke Behandeling oordeelde eerder dat de Gemeente onrechtmatig had gehandeld, maar dit oordeel leidde niet tot wijziging van het standpunt van de Gemeente.
De rechtbank overwoog dat het weigeren van de handdruk een gedraging is voortvloeiend uit de godsdienst, waardoor indirect onderscheid ontstaat. Het doel van de Gemeente om gelijke behandeling van mannen en vrouwen te waarborgen is legitiem. Het middel, namelijk het weigeren van de sollicitant vanwege zijn weigering vrouwen de hand te schudden, is passend en noodzakelijk. De rechtbank wees de vorderingen af en veroordeelde de eiser in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de Gemeente terecht de sollicitant heeft afgewezen vanwege zijn weigering vrouwen de hand te schudden, omdat dit indirect onderscheid objectief gerechtvaardigd is.