ECLI:NL:RBROT:2008:BD9896
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting vordering en aansprakelijkheid bij schade tijdens internationaal wegvervoer van vloeibare lading
In deze zaak staat centraal een geschil tussen twee vervoersbedrijven over openstaande facturen en aansprakelijkheid voor schade tijdens het vervoer van een vloeibare lading Capa van Moerdijk naar Osnabrück. De vervoerder [eiseres] vordert betaling van openstaande facturen, terwijl [gedaagde] zich beroept op verrekening wegens schade die is ontstaan door het openbarsten van een losslang tijdens het lossen van de lading bij de geadresseerde [bedrijf1].
De rechtbank stelt vast dat het CMR-verdrag en de AVC 2002 van toepassing zijn op de vervoersovereenkomst. De vordering van [eiseres] wordt grotendeels toegewezen, omdat verrekening op grond van het verrekeningsverbod in de AVC 2002 niet is toegestaan en [gedaagde] onvoldoende feiten heeft gesteld om dit te onderbouwen. De schade aan de lading is veroorzaakt door een gebrek aan de losslang, waarvoor [eiseres] als vervoerder aansprakelijk is op grond van artikel 17 CMR Pro.
De rechtbank oordeelt dat de aflevering van de lading nog niet had plaatsgevonden bij het aansluiten van de losslang, zodat de aansprakelijkheid van [eiseres] voortduurt. De vordering tot schadevergoeding wegens het verloren gedeelte van de lading wordt toegewezen tot een bedrag van €1.016,94 plus rente. De vordering tot vergoeding van opruimingskosten wordt afgewezen omdat [gedaagde] niet is gesubrogeerd in de rechten van de schadelijdende partij [bedrijf1]. De verjaring van de vorderingen is door stuiting niet aan de orde.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot betaling van openstaande facturen toe en kent een beperkte schadevergoeding toe aan [gedaagde] wegens verloren lading.