ECLI:NL:RBROT:2008:BE8901

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
30 juli 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
238498 / HA ZA 04-3610
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzet tegen verstekvonnis wegens niet-inschrijving ter rolle

In deze civiele procedure heeft opposante verzet ingesteld tegen een verstekvonnis van 17 december 2003. Het verzet werd op 31 december 2003 ingediend, met een aangezegde rechtsdag van 14 januari 2004. Echter, op die dag is de zaak niet ter zitting uitgeroepen en niet ter rolle ingeschreven, wat in principe leidt tot niet-ontvankelijkheid van het verzet.

Opposante heeft nagelaten binnen veertien dagen na de aangezegde rechtsdag een herstelexploot uit te brengen om het verzuim te herstellen. Hoewel de zaak op 10 mei 2005 alsnog ter rolle is ingeschreven, is niet gebleken dat geopposeerde hiermee heeft ingestemd of hiervan op de hoogte was. Geopposeerde heeft juist direct bezwaar gemaakt toen hij hiervan kennis nam.

De rechtbank oordeelt dat het verzuim niet is hersteld en verklaart opposante niet-ontvankelijk in haar verzet. Het verstekvonnis blijft daarmee in stand en het inhoudelijke geschil behoeft geen verdere behandeling. Opposante wordt veroordeeld in de kosten van de verzetprocedure, waarbij een punt aan procureurssalaris wordt toegekend.

Uitkomst: Opposante wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzet tegen het verstekvonnis wegens niet-inschrijving ter rolle en wordt veroordeeld in de kosten.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam
Sector civiel recht
Zaak-/rolnummer: 238498 / HA ZA 04-3610
Uitspraak: 30 juli 2008
VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:
[opposante],
wonende te [woonplaats],
opposante,
procureur mr. A.L. Kuit,
- tegen -
[geopposeerde],
wonende te [woonplaats],
geopposeerde,
procureur ten tijde van het wijzen van het verstekvonnis mr. J. Kneppelhout,
advocaat mr. drs. A.J. van der Knijff te Breda.
Partijen blijven aangeduid als "[opposante]" respectievelijk "[geopposeerde]".
1 Het verloop van het geding
De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 13 februari 2008, waarbij een comparitie van partijen is gelast, en de daaraan ten grondslag liggende stukken;
faxbericht van mr. Van der Knijff d.d. 26 februari 2008;
brief van de rechtbank d.d. 3 maart 2008;
proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 12 juni 2008.
2 De ontvankelijkheid van het verzet
2.1
Allereerst is in de onderhavige zaak aan de orde de vraag of [opposante] ontvankelijk is in haar verzet ingesteld tegen het verstekvonnis van deze rechtbank van 17 december 2003.
Uit het procesdossier van de onderhavige zaak is het volgende te herleiden.
Het verstekvonnis is op 17 december 2003 gewezen. Bij verzetdagvaarding van 31 december 2003 is [opposante] hiertegen in verzet gekomen en is [geopposeerde] gedagvaard te verschijnen ter terechtzitting van 14 januari 2004 van deze rechtbank. Op 14 januari 2004 is de zaak echter niet ter zitting uitgeroepen en niet ter rolle ingeschreven. Vervolgens is de verzetdagvaarding op verzoek van [opposante] alsnog ter rolle ingeschreven en is op 29 juni 2005 door [opposante] procureur gesteld, waarna de zaak op 10 augustus 2005 naar de parkeerrol is verwezen. Op 4 april 2007 is de zaak opgebracht en voor vonnis komen te staan. De rechtbank heeft vervolgens op 13 februari 2008 vonnis gewezen, waarbij een comparitie van partijen is gelast. Bij brief van 26 februari 2008 heeft mr. Knijff namens [geopposeerde] bezwaar tegen de gang van zaken gemaakt en zich op het standpunt gesteld dat het verstekvonnis inmiddels in kracht van gewijsde is gegaan.
2.2
Vaststaat dat de zaak ter rolle op de aangezegde rechtsdag, 14 januari 2004 niet is ingeschreven. Indien de zaak ter rolle van de aangezegde rechtsdag niet is ingeschreven, leidt zulks in beginsel tot niet-ontvankelijkheid van het rechtsmiddel waarop de vordering betrekking heeft. Dit verzuim had [opposante] kunnen herstellen door binnen veertien dagen na 14 januari 2004 een herstelexploot uit te brengen met oproeping tegen een nieuwe rechtsdag. Vaststaat dat [opposante] dat niet heeft gedaan, zodat haar verzuim in die zin niet is hersteld.
2.3
Herstel is evenwel ook mogelijk door de zaak alsnog met toestemming van de wederpartij op de rol te plaatsen. Weliswaar wordt de zaak op 10 mei 2005 ter rolle ingeschreven, maar niet gesteld of gebleken is dat [geopposeerde] hiermee heeft ingestemd. Ook is niet gebleken dat [geopposeerde] en/of haar procureur destijds van deze inschrijving op de hoogte zijn gebracht. Namens [geopposeerde] is daarentegen evenwel direct nadat hij kennis heeft genomen van één en ander direct bezwaar gemaakt tegen de gang van zaken, zodat niet gezegd kan worden dat hij ermee heeft ingestemd dat de zaak op een andere dan de oorspronkelijk aangezegde rechtsdag zou worden aangebracht.
2.4
Het verzuim is dan ook niet hersteld en [opposante] kan niet ontvangen worden in haar verzet.
2.5
Nu [opposante] in haar verzet niet-ontvankelijk is, blijft het verstekvonnis in stand en behoeft het inhoudelijke geschil tussen partijen geen verdere bespreking. [opposante] zal in de kosten van [geopposeerde] van de verzetprocedure worden veroordeeld, waarbij de rechtbank, gelet op het feit dat de advocaat van [geopposeerde] op de door de rechtbank gelaste comparitie van partijen is verschenen, één punt aan procureurssalaris zal toekennen.
2.6
De rechtbank zal aan de griffier bevelen een afschrift van dit vonnis eveneens aan de destijds gestelde procureur van [geopposeerde], mr. Kneppelhout, af te geven.
3 De beslissing
De rechtbank,
in oppositie,
verklaart [opposante] niet-ontvankelijk in haar verzet;
veroordeelt [opposante] in de kosten van de verzetprocedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geopposeerde] bepaald op € 384,-- aan salaris voor de procureur;
beveelt de griffier van deze rechtbank een afschrift van dit vonnis eveneens af te geven aan de procureur mr. J. Kneppelhout.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Verkerk.
Uitgesproken in het openbaar.
226/544