ECLI:NL:RBROT:2008:BE8901
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet tegen verstekvonnis wegens niet-inschrijving ter rolle
In deze civiele procedure heeft opposante verzet ingesteld tegen een verstekvonnis van 17 december 2003. Het verzet werd op 31 december 2003 ingediend, met een aangezegde rechtsdag van 14 januari 2004. Echter, op die dag is de zaak niet ter zitting uitgeroepen en niet ter rolle ingeschreven, wat in principe leidt tot niet-ontvankelijkheid van het verzet.
Opposante heeft nagelaten binnen veertien dagen na de aangezegde rechtsdag een herstelexploot uit te brengen om het verzuim te herstellen. Hoewel de zaak op 10 mei 2005 alsnog ter rolle is ingeschreven, is niet gebleken dat geopposeerde hiermee heeft ingestemd of hiervan op de hoogte was. Geopposeerde heeft juist direct bezwaar gemaakt toen hij hiervan kennis nam.
De rechtbank oordeelt dat het verzuim niet is hersteld en verklaart opposante niet-ontvankelijk in haar verzet. Het verstekvonnis blijft daarmee in stand en het inhoudelijke geschil behoeft geen verdere behandeling. Opposante wordt veroordeeld in de kosten van de verzetprocedure, waarbij een punt aan procureurssalaris wordt toegekend.
Uitkomst: Opposante wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar verzet tegen het verstekvonnis wegens niet-inschrijving ter rolle en wordt veroordeeld in de kosten.