ECLI:NL:RBROT:2008:BF0523
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. Van der Grinten
- L.A.C. van Nifterick
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoeken tot wraking rechter wegens vermeende partijdigheid
Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam wrakingsverzoeken ingediend tegen een kantonrechter in twee civiele procedures. De verzoeken zijn behandeld tijdens een zitting waarbij ook de Deken van de Orde van Advocaten aanwezig was. Verzoeker stelde dat de rechter niet onpartijdig zou zijn.
De rechtbank heeft de procesdossiers bestudeerd en vastgesteld dat hoewel de communicatie naar verzoeker niet altijd even zorgvuldig was, er geen aanwijzingen zijn voor subjectieve of objectieve partijdigheid van de rechter. Verzoeker mocht niet buiten de procedure om processtukken indienen of steeds reageren op stukken van de wederpartij. Tijdens de comparitie heeft verzoeker voldoende gelegenheid gehad het woord te voeren.
De rechtbank concludeert dat de wrakingsverzoeken ongegrond zijn en wijst deze af. De beslissing is uitgesproken door een meervoudige kamer bestaande uit drie rechters, waarbij de voorzitter de beslissing niet kon ondertekenen en de jongste rechter namens de kamer tekende.
Uitkomst: De wrakingsverzoeken tegen de kantonrechter zijn afgewezen wegens het ontbreken van aanwijzingen voor partijdigheid.