ECLI:NL:RBROT:2008:BF1939

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
10 september 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
302490 / HA ZA 08-597
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet niet ontvankelijk tegen contradictoir vonnis rechtbank Rotterdam

De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak waarin opposant verzet instelde tegen een eerder vonnis. Hoewel in de kop van dat vonnis sprake was van een verstekvonnis, bleek uit het procesverloop dat het vonnis op tegenspraak was gewezen omdat opposant bij procureur was verschenen en niet verstek was verleend.

Opposant had voldoende gelegenheid gehad om te concluderen, maar maakte hier geen gebruik van, waarna een akte non conclusie werd verleend. De rechtbank oordeelde dat het verzet niet ontvankelijk was omdat verzet niet openstaat tegen een contradictoir vonnis; het juiste rechtsmiddel is hoger beroep.

De enkele vermelding van verstekvonnis in de kop van het vonnis doet hier niet aan af, omdat de inhoud van het vonnis doorslaggevend is. Opposant werd veroordeeld in de proceskosten, vastgesteld op €452,- aan salaris advocaat, te voldoen aan de griffier.

Uitkomst: Verzet van opposant wordt niet-ontvankelijk verklaard en opposant wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Sector civiel recht
Zaak-/rolnummer: 302490 / HA ZA 08-597
Uitspraak: 10 september 2008
VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:
[opposant],
wonende te [woonplaats],
opposant,
advocaat mr. S. Karkache,
- tegen -
[geopposeerde],
wonende te [woonplaats],
geopposeerde,
advocaat mr. A.C. van Seventer,
Partijen worden hierna aangeduid als "[opposant]" respectievelijk "[geopposeerde]".
1 Het verloop van het geding
1.1 De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- het door deze rechtbank op 9 januari 2008 onder zaak-/rolnummer 289483 / HA ZA 07-1970 gewezen vonnis;
- verzetdagvaarding d.d. 14 februari 2008;
conclusie van antwoord in oppositie, met productie.
1.2 Op de rol van 2 juli 2008 diende door [opposant] een conclusie te worden genomen. [opposant] is in de gelegenheid gesteld op de rol van 2 juli 2008 te concluderen voor repliek in oppositie. Nu van deze gelegenheid geen gebruik is gemaakt en evenmin om uitstel is verzocht, is op de rol van 2 juli 2008 een akte non conclusie verleend aan [opposant]. Daarop is vonnis bepaald.
2 De ontvankelijkheid van het verzet
2.1 In de kop van voormeld vonnis van 9 januari 2008 is opgenomen dat het een verstekvonnis van de enkelvoudige kamer betreft. Blijkens de inhoud van het vonnis en het door [geopposeerde] overgelegde rolbericht van 12 september 2007 is het vonnis echter op tegenspraak gewezen. [opposant] is blijkens het procesverloop immers wél bij procureur verschenen in het geding en de rechtbank heeft derhalve geen verstek verleend. Vervolgens heeft [opposant], ondanks daartoe voldoende in de gelegenheid te zijn gesteld, niet geconcludeerd voor antwoord waarna een akte non conclusie is verleend. De enkele vermelding verstekvonnis in de kop van dat vonnis kan niet afdoen aan het feit dat het een vonnis op tegenspraak betreft. In dit verband wijst de rechtbank erop dat niet aan de vorm maar aan de inhoud van het vonnis doorslaggevende betekenis toekomt.
2.2 Tegen een contradictoir vonnis kan slechts het rechtsmiddel van hoger beroep worden aangewend. Verzet staat tegen een contradictoir vonnis niet open.
2.3 Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [opposant] niet ontvankelijk moet worden verklaard in zijn vordering. [opposant] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.
8 De beslissing
De rechtbank,
in oppositie,
verklaart [opposant] niet-ontvankelijk in zijn verzet;
veroordeelt [opposant] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [geopposeerde] bepaald op € 452,- aan salaris voor de advocaat, te voldoen aan de griffier van deze rechtbank (rekeningnummer 19 23 25 892, ten name van MvJ arrondissement Rotterdam [545]), onder vermelding van zaak- en rolnummer.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.W.M. Laurijssens.
Uitgesproken in het openbaar.
1963/344