ECLI:NL:RBROT:2008:BG0584
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. van Zwieten
- R.H.L. Dallinga
- D. Haan
- Rechtspraak.nl
Herroeping bestuursdwangsluiting coffeeshop wegens onjuiste wettelijke grondslag; handhaving intrekking exploitatievergunning
De burgemeester van Rotterdam legde aan eiser en zijn voormalige vennoot bestuursdwang op tot sluiting van de coffeeshop “The Comic” voor zes maanden en trok de exploitatievergunning voor dezelfde duur in. De bestuursdwang werd gebaseerd op artikel 13b van de Opiumwet, waarbij verweerder zich primair op de gewijzigde tekst per 1 november 2007 beriep. De rechtbank oordeelt echter dat de oude tekst van artikel 13b van toepassing was ten tijde van het besluit en dat de opslagruimte waar de softdrugs werden aangetroffen niet voor het publiek toegankelijk was, waardoor bestuursdwang onterecht werd opgelegd.
De rechtbank herroept daarom het besluit tot bestuursdwangsluiting. De intrekking van de exploitatievergunning blijft echter in stand. De rechtbank stelt vast dat zowel eiser als zijn vennoot zich schuldig hebben gemaakt aan het aanwezig hebben van een handelsvoorraad softdrugs die het gedoogbeleid overschrijdt en dat de vennoot betrokken was bij een hennepkwekerij, wat slecht levensgedrag oplevert. Dit rechtvaardigt de intrekking van de vergunning volgens artikel 2.3.6 van de APV Rotterdam.
Eiser voerde aan dat hij niet op de hoogte was van de omvang van de handelsvoorraad en dat de vennootschap was opgeheven, maar dit doet niet af aan zijn verantwoordelijkheid als mede-exploitant. De rechtbank veroordeelt de gemeente tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser en wijst het beroep tegen de intrekking van de vergunning af.
Uitkomst: Bestuursdwangsluiting herroepen, intrekking exploitatievergunning gehandhaafd