ECLI:NL:RBROT:2008:BG0951
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging boetebesluit bouwfraude GWW-sector wegens motiveringsgebrek toerekening moedermaatschappij
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een beroep tegen een boetebesluit van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) aan Bruil Ede B.V. en Bruil Verenigde Bedrijven Ede B.V. wegens overtreding van artikel 6 van Pro de Mededingingswet en artikel 81 EG Pro-Verdrag in de grond-, weg- en waterbouwsector (GWW). De boete is opgelegd in het kader van de grootschalige bouwfraudeonderzoeken, waarbij sprake was van een systeem van vooroverleg en kartelvorming.
Eiseres voerde aan dat de voorwaarden van de versnelde procedure onrechtmatig waren gewijzigd, dat de boetegrondslag en boeteverdeling onredelijk waren, en dat de toerekening van de boete aan de moedermaatschappij onterecht was. Ook werd betoogd dat de clementieregeling onduidelijk en ongelijk werd toegepast, en dat de redelijke termijn was overschreden.
De rechtbank oordeelde dat de versnelde procedure een vrijwillige keuze was en dat de rechten van verdediging niet waren geschonden. De keuze voor de aanbestedingsomzet 2001 als boetegrondslag was niet onredelijk. De toerekening van de overtreding aan de moedermaatschappij was juridisch juist, maar de motivering daarvan ontbrak in het bestreden besluit, zodat het besluit wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro wordt vernietigd. De rechtsgevolgen blijven echter in stand. De overige bezwaren, waaronder die over de clementieregeling en redelijke termijn, werden verworpen. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering van de toerekening aan de moedermaatschappij, met handhaving van de rechtsgevolgen.