ECLI:NL:RBROT:2008:BG1206
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsmacht Nederlandse rechter bij geschil over herverzekeringsovereenkomst
In deze civiele zaak vordert IF, een vennootschap naar vreemd recht gevestigd in Finland, primair dat Hampden als herverzekeraar wordt aangemerkt en subsidiair dat zij schade kan verrekenen met New Hampshire, eveneens een vennootschap naar vreemd recht gevestigd in de Verenigde Staten. De rechtbank onderzoekt de rechtsmacht van de Nederlandse rechter ten aanzien van de subsidiaire vordering tegen New Hampshire.
New Hampshire stelt dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft omdat tussen de primaire en subsidiaire vordering geen zodanige nauwe samenhang bestaat die gezamenlijke behandeling rechtvaardigt. IF betwist dit en wijst op proceseconomische redenen en het risico van onverenigbare uitspraken bij gescheiden behandeling.
De rechtbank oordeelt dat artikel 7 lid 1 Rv Pro, dat mede is ontleend aan artikel 6 lid 1 EEX Pro-Vo, niet van toepassing is op New Hampshire omdat deze buiten het toepassingsgebied van de EEX-Vo valt. Er is onvoldoende samenhang tussen de vorderingen tegen Hampden en New Hampshire om rechtsmacht te verlenen. Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd kennis te nemen van de subsidiaire vordering tegen New Hampshire en veroordeelt IF in de proceskosten van dit incident.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de subsidiaire vordering tegen New Hampshire wegens gebrek aan rechtsmacht.