ECLI:NL:RBROT:2008:BG5724
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident en geschil over nakoming opdracht en forumkeuzebeding in internationale truststructuur
In deze civiele zaak staat centraal de vraag of de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van vorderingen van eisers tegen RTCSA, een Zwitserse vennootschap, in het kader van een gestelde overeenkomst van opdracht. RTCSA beroept zich op een forumkeuzebeding in een trustakte dat de rechter van de Britse Maagdeneilanden exclusieve bevoegdheid geeft. De rechtbank oordeelt dat dit beding niet voldoet aan de eisen van het EVEX-verdrag en dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van de plaats van uitvoering van de verbintenis.
Eisers stellen dat RTCSA tekort is geschoten in haar verplichtingen door niet te zorgen voor benoeming van bestuurders en toezicht op huurovereenkomsten, wat schade heeft veroorzaakt. RTCSA betwist het bestaan van de overeenkomst en voert aan slechts contactpersoon te zijn in het kader van de trust. De rechtbank analyseert het toepasselijke recht en bepaalt dat Zwitsers recht van toepassing is, maar dat de plaats van uitvoering van de kernverbintenis – het benoemen van bestuurders in Nederlandse vennootschappen – in Nederland ligt.
In het voorwaardelijke vrijwaringsincident wordt RTCSA toegestaan een bestuurder in België in vrijwaring te dagvaarden. De rechtbank veroordeelt RTCSA in de proceskosten van het bevoegdheidsincident en stelt een comparitie ter nadere toelichting en schikking voor. De procedure wordt gestructureerd met duidelijke termijnen voor het aanleveren van stukken en getuigenverklaringen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd, veroordeelt RTCSA in proceskosten en wijst de vrijwaringsvordering toe.