ECLI:NL:RBROT:2008:BG8468
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- T. Damsteegt
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen aanwijzing AFM aan aanbieder van beleggingsobjecten
Richland heeft bezwaar gemaakt tegen een aanwijzing van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) waarin zij werd verplicht te stoppen met het aanbieden en beheren van beleggingsobjecten zonder vergunning. De AFM vermoedde dat Richland de Wet op het financieel toezicht (Wft) overtrad door beleggingsobjecten aan te bieden en het beheer daarvan uit te voeren.
De voorzieningenrechter oordeelt dat Richland een spoedeisend belang heeft bij het verzoek tot voorlopige voorziening, omdat de aanwijzing grote gevolgen heeft, waaronder mogelijke handhavingsmaatregelen en omzetderving. Voorshands wordt vastgesteld dat Richland inderdaad beleggingsobjecten aanbiedt, waarbij sprake is van een rendement in geld en beheer door een ander dan de verkrijger.
De rechter stelt vast dat de AFM binnen haar bevoegdheid heeft gehandeld met het eerste onderdeel van de aanwijzing, maar twijfelt aan de rechtmatigheid van het tweede onderdeel dat Richland verplicht het beheer van reeds afgesloten overeenkomsten te staken. Dit laatste onderdeel wordt geschorst. Daarnaast wordt de AFM veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan Richland.
Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt gedeeltelijk toegewezen en het tweede onderdeel van de aanwijzing wordt geschorst.