ECLI:NL:RBROT:2009:BH0131
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.P. van Essen
- L.A.C. van Nifterick
- H. van Lokven-van der Meer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek rechtbank Rotterdam wegens gebrek aan concrete gronden
Verzoekster heeft bij brief van 5 januari 2009 een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechtbank Rotterdam in een bestuursrechtelijke procedure tegen het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het verzoek tot wraking van de gehele rechtbank Rotterdam is niet ontvankelijk omdat verzoekster niet heeft gesteld dat zij in andere zaken bij deze rechtbank partij is, en het verzoek derhalve alleen ontvankelijk zou zijn voor de behandelend rechter in de genoemde procedure.
Daarnaast is het wrakingsverzoek tegen de behandelend rechter niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet is gebaseerd op concrete, op die rechter toegespitste argumenten, maar slechts op algemene slechte ervaringen in een niet nader gespecificeerde eerdere procedure. De wrakingskamer is bovendien niet bevoegd om te beslissen over het verzoek om verwijzing van de zaak naar een andere rechtbank; dit dient aan de behandelend bestuursrechter te worden gericht.
De beslissing is op 16 januari 2009 uitgesproken door de meervoudige kamer voor wrakingszaken van de rechtbank Rotterdam.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan concrete gronden en onjuiste procedurele grondslag.