ECLI:NL:RBROT:2009:BH5913
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid aannemer en parketteur voor schotelvorming parketvloer door onvoldoende vloerventilatie
In deze civiele zaak vordert eiser schadevergoeding van zowel de aannemer als de parketteur wegens schotelvorming van de parketvloer die is aangebracht in een woning met een aanbouw. De aannemer had de aanbouw gerealiseerd en was verplicht een ventilatieverbinding tussen de kruipruimtes van de oorspronkelijke woning en de aanbouw aan te brengen. De parketteur legde de vloer.
Eiser ontdekte schotelvorming vanaf januari/februari 2003 en meldde dit pas in november 2003 aan de parketteur, wat te laat was volgens artikel 6:89 BW Pro. De melding aan de aannemer vond plaats binnen bekwame tijd na het ontdekken van het gebrek. Onderzoeken toonden aan dat de aannemer geen effectieve ventilatieverbinding had aangebracht, waardoor vochtproblemen ontstonden die de schotelvorming veroorzaakten.
De rechtbank oordeelde dat de aannemer tekort was geschoten en aansprakelijk was voor de schade, maar dat de parketteur niet aansprakelijk was omdat zij een vochtmeting had uitgevoerd en niet kon worden verwacht dat zij bouwkundig onderzoek zou doen. De vorderingen jegens de parketteur werden afgewezen wegens niet tijdige klacht en onvoldoende onderbouwing van aansprakelijkheid en schade.
De rechtbank hield partijen op om nader te debatteren over eigen schuld van eiser en de redelijkheid van de expertisekosten. De vorderingen jegens de aannemer werden voorlopig niet afgewezen, de procedure werd aangehouden voor nadere stukken.
Uitkomst: Vorderingen jegens parketteur afgewezen wegens niet tijdige klacht; aansprakelijkheid aannemer vastgesteld, beslissing aangehouden voor nadere discussie.