ECLI:NL:RBROT:2009:BH6417
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtmatigheid van kredietopzegging door bank en zorgplicht jegens cliënt
Eiser had sinds 1989 diverse hypothecaire kredieten bij Rabobank, met zekerheden op meerdere panden. In 1999 werd de bancaire relatie door Rabobank beëindigd wegens gebrek aan vertrouwen, maar in 2004 werd een vaststellingsovereenkomst gesloten waarbij de relatie werd voortgezet met nieuwe kredietfaciliteiten.
In 2002 ontstond discussie over de afwikkeling van de verkoop van een appartement van eiser, waarbij Rabobank aanvankelijk de gehele verkoopopbrengst opeiste, maar later afspraken maakte over de verdeling van gelden en kredietbeperkingen. Eiser stelde dat hij onder druk akkoord ging met extra inperking van krediet en dat Rabobank tekort was geschoten en onrechtmatig had gehandeld.
Rabobank wees dit af en stelde dat zij een bijzondere zorgplicht heeft en dat de kredietopzegging aan alle eisen van redelijkheid, proportionaliteit en subsidiariteit voldeed. De rechtbank concludeerde dat de vaststellingsovereenkomst bindend is, dat Rabobank voldoende zekerheden had, dat eiser meerdere malen betalingsverplichtingen niet nakwam en dat Rabobank niet onrechtmatig handelde.
De vordering van eiser werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten. De rechtbank vond dat Rabobank niet tekort was geschoten in haar zorgplicht en geen misbruik had gemaakt van haar bevoegdheid tot opzegging van de bancaire relatie.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af en bevestigt dat Rabobank niet tekort is geschoten in haar zorgplicht bij kredietopzegging.