ECLI:NL:RBROT:2009:BH8711
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens vermeende partijdigheid in civiele procedure
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die betrokken was bij een civielrechtelijke procedure over een declaratie van een advocaat. Verzoeker stelde dat de rechter partijdig was vanwege eerdere conflicten met het advocatenkantoor waar de rechter voor 1996 als advocaat werkzaam was.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek inhoudelijk beoordeeld. De rechter had in het vonnis verschillende procesbeslissingen genomen waar verzoeker het niet mee eens was, zoals het niet niet-ontvankelijk verklaren van eiseres en het toestaan van aanpassingen in de dagvaarding. Verzoeker vond dat deze beslissingen getuigen van partijdigheid.
De rechtbank oordeelde echter dat deze procesbeslissingen niet onbegrijpelijk waren en dat het primaire oordeel hierover aan de appelrechter toekomt. Daarnaast was er geen bewijs dat de rechter persoonlijk betrokken was bij eerdere conflicten met verzoeker of dat er sprake was van subjectieve partijdigheid.
De rechtbank concludeerde dat de enkele omstandigheid dat de rechter ooit bij het advocatenkantoor werkte en verzoeker destijds conflicten met dat kantoor had, onvoldoende is om partijdigheid aan te nemen. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor partijdigheid.