ECLI:NL:RBROT:2009:BI0662
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroepsfout advocaat leidt tot causaal verband met schade in civiele procedure
Deze civiele procedure betreft een beroepsfout van een advocaat die namens eiser niet tijdig een akte heeft genomen om zich uit te laten over de benoeming van deskundigen en de aan hen te stellen vragen. Deze nalatigheid leidde ertoe dat het hof terugkwam op een eerdere beslissing om deskundigen te benoemen en zelf de schade begroette, wat nadelige gevolgen had voor eiser.
De feiten betreffen een langdurige procedure sinds 1984 tussen eiser en persoon 1 over een niet-functionerende CV-installatie en de vraag of de koopovereenkomst ontbonden kon worden. Na diverse vonnissen en hoger beroep bepaalde het hof dat partijen zich bij akte moesten uitlaten over deskundigen. Advocaat persoon 2, namens eiser, nam deze akte niet, hoewel hij wel een memorie na enquête indiende die niet voldeed aan de gestelde eisen.
De rechtbank oordeelt dat het niet nemen van de akte een beroepsfout is, omdat van een redelijk bekwaam advocaat mocht worden verwacht deze gelegenheid te benutten. Het hof kwam op die grond terug op zijn eerdere beslissing, wat het causaal verband tussen de fout en de schade bevestigt. De rechtbank acht aannemelijk dat eiser schade heeft geleden, maar het rapport van een deskundige biedt onvoldoende aanknopingspunten voor de schadebegroting. Daarom zal de rechtbank een deskundige benoemen om de schade vast te stellen en de zaak verder behandelen.
De procedure wordt aangehouden en partijen krijgen gelegenheid zich uit te laten over de benoeming van deskundigen en de te stellen vragen. De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af voor zover het causaal verband ontbreekt en houdt verdere beslissingen aan.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de advocaat een beroepsfout beging door geen akte te nemen, waardoor het hof terugkwam op zijn beslissing en schade ontstond; de zaak wordt aangehouden voor nadere schadevaststelling.