ECLI:NL:RBROT:2009:BI3337
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onvoldoende bewijs deelname kartelinstallatiesector
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van eiseres tegen een boetebesluit van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) wegens vermeende overtreding van artikel 6 van Pro de Mededingingswet en artikel 81 van Pro het EG-Verdrag in de installatie-sector. Verweerder had een boete opgelegd op basis van deelname aan een systeem van vooroverleg bij aanbestedingen.
De rechtbank constateerde dat het bewijs van deelname aan het eerste project onvoldoende was, mede omdat de Juridische Dienst van verweerder onderzoek had verricht dat in strijd was met de verplichte scheiding tussen onderzoek en toezicht volgens artikel 54a Mw. Ook het bewijs voor het tweede project werd niet inhoudelijk beoordeeld vanwege onvoldoende onderbouwing.
De vaststelling van deelname berustte vooral op verklaringen van clementieverzoekers en één schriftelijk bewijsstuk, waarbij verweerder naliet verder onderzoek te doen naar de stelling van eiseres dat het project niet bestond. Hierdoor vond de rechtbank het bewijs te gering om deelname aan het kartel te bewijzen.
De rechtbank vernietigde het boetebesluit, herroept het primaire besluit en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Tevens werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed. De uitspraak benadrukt het belang van zorgvuldige bewijsvoering en naleving van het motiveringsbeginsel in bestuursrechtelijke boetebesluiten.
Uitkomst: Het boetebesluit tegen eiseres wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs en schending van het motiverings- en zorgvuldigheidsbeginsel.