ECLI:NL:RBROT:2009:BI5101
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J.P. van Essen
- L.A.C. van Nifterick
- H. van Lokven-van der Meer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wraking kantonrechter wegens ontbreken feitelijke grondslag
Verzoekers hebben een wrakingsverzoek ingediend tegen de kantonrechter die een beroepszaak zou behandelen over een verkeerssanctie. Tevens werd een wraking van de officier van justitie, de CVOM en de terechtzitting zelf gevraagd. De rechtbank oordeelt dat de wet geen mogelijkheid biedt tot wraking van de officier van justitie, de CVOM of de terechtzitting, waardoor deze verzoeken niet-ontvankelijk zijn.
De kern van het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter was dat verzoekers meenden dat de zaak heimelijk was behandeld zonder hun kennis, wat een eerlijke procesgang zou frustreren. De rechtbank stelt echter vast dat er geen eerdere terechtzitting of uitspraak heeft plaatsgevonden, waardoor het verzoek feitelijk geen grondslag heeft.
De kantonrechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, en er zijn geen aanwijzingen gevonden die dit vermoeden doorbreken. Ook de verwijzing van de kantonrechter naar een eerdere afwijzing van een wrakingsverzoek door dezelfde verzoekers is geen reden voor vooringenomenheid. De rechtbank wijst het wrakingsverzoek af en verklaart de overige verzoeken niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen en de overige wrakingsverzoeken zijn niet-ontvankelijk verklaard.