ECLI:NL:RBROT:2009:BI6287
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsincident inzake internationale betaling onder standby letters of credit
Convoi B.V. en HCC Rotterdam B.V. vorderden betaling van bedragen onder standby letters of credit (SLC's) uitgegeven door General Equity Building Society uit Nieuw-Zeeland. De vordering betrof betaling van respectievelijk € 812.642,98 en € 406.909,01, welke General Equity niet had voldaan ondanks tijdige presentatie van de vereiste documenten.
General Equity stelde dat de Nederlandse rechter onbevoegd was omdat zij in Nieuw-Zeeland gevestigd is, geen vestiging in Nederland heeft en de verbintenissen onder de SLC's in Nieuw-Zeeland moeten worden uitgevoerd. De rechtbank onderzocht de toepasselijkheid van het recht en de bevoegdheid aan de hand van het EV-overeenkomst (EVO) en het Nederlandse procesrecht.
De rechtbank oordeelde dat het kenmerkende prestatiepunt van de SLC's de betaling tegen documenten is, welke volgens de SLC's in Auckland, Nieuw-Zeeland dient plaats te vinden. De rol van de ING Bank in Nederland was beperkt tot adviserende bank zonder betalingsverplichting. Hierdoor was het recht van Nieuw-Zeeland van toepassing en ontbrak de Nederlandse rechter rechtsmacht. De rechtbank verklaarde zich onbevoegd en veroordeelde Convoi en HCC in de proceskosten van General Equity.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de vorderingen en veroordeelt Convoi en HCC in de proceskosten van General Equity.