ECLI:NL:RBROT:2009:BI6994
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Damsteegt
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en vernietiging van heffingen AFM wegens onjuiste vergunningaanvraag en redelijke termijn
PG en SBT dienden in januari 2006 vergunningaanvragen in bij de AFM voor het aanbieden van beleggingsobjecten. Later bleek dat zij ten onrechte een vergunning voor aanbieden hadden aangevraagd in plaats van voor bemiddeling. De AFM legde hen heffingen op voor de jaren 2006 en 2007, waarop PG en SBT bezwaar maakten. De AFM verklaarde de bezwaren tegen de facturen van 2006 niet-ontvankelijk wegens te late indiening. De rechtbank oordeelde dat de facturen op het opgegeven adres waren verzonden en dat de termijn voor bezwaar correct was gestart, waardoor de bezwaren terecht niet-ontvankelijk werden verklaard.
Voor de heffingen over 2007 had de AFM deze aangepast op basis van een nieuwe regeling, maar de rechtbank vond de aangepaste heffingen nog steeds onredelijk hoog omdat PG en SBT ten onrechte een vergunning voor aanbieden hadden aangevraagd. De rechtbank stelde daarom de heffing voor 2007 vast op het lagere tarief voor bemiddeling van € 873,- per partij. Daarnaast wees de rechtbank de vergoedingen van griffierechten toe aan PG en SBT.
De rechtbank oordeelde dat de overschrijding van de beslistermijn door de AFM in de bezwaarprocedure niet onrechtmatig was, mede doordat de beroepsprocedure voortvarend werd afgehandeld. De uitspraak vervangt de vernietigde besluiten en biedt een definitieve regeling voor de heffingen over 2007.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de aangepaste heffingen over 2007 en stelt deze vast op het lagere tarief voor bemiddeling van € 873,- per partij.