ECLI:NL:RBROT:2009:BI7155
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek planschadevergoeding wegens gebrek aan gerechtigdheid na verkoop woning
Eiser verzocht de gemeente Oostflakkee om een schadevergoeding op grond van artikel 49 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) wegens waardevermindering van zijn voormalige woning door de bouw van een brandweerkazerne. De woning was echter reeds op 3 mei 1999 verkocht, ruim voordat het bestemmingsplan op 13 oktober 2001 in werking trad en op 6 maart 2002 onherroepelijk werd.
De rechtbank stelt vast dat eiser op het moment van inwerkingtreding van het plan geen eigenaar meer was en ook niet in een andere zakenrechtelijke verhouding tot de woning stond. Volgens vaste jurisprudentie kan alleen degene die op het moment van rechtskracht van het plan gerechtigd is, aanspraak maken op vergoeding. Schade geleden vóór de inwerkingtreding van het plan, ook wel schaduwschade genoemd, komt niet voor vergoeding in aanmerking.
Eiser voerde aan dat hij als enige direct schade heeft geleden en dat de gemeente een vangnetfunctie aan artikel 49 WRO Pro toekent, maar dit werd door de rechtbank niet gevolgd. De rechtbank bevestigt dat de peildatum voor het schadeverzoek de datum van inwerkingtreding van het bestemmingsplan is en dat eiser op die datum geen gerechtigde was.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en handhaaft het bestreden besluit van de gemeente waarin het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om planschadevergoeding wordt afgewezen omdat eiser op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan geen gerechtigde was.