ECLI:NL:RBROT:2009:BI7390
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Incidentele vordering tot schorsing Nederlandse procedure wegens aanhangige Franse procedure inzake transportschade cognac
De rechtbank Rotterdam behandelt een incident in een civiele zaak tussen Gehold B.V. en Delta Shipping Services B.V. waarbij Delta Shipping verzoekt de Nederlandse procedure te schorsen totdat in een Franse procedure een definitieve uitspraak is gedaan. De zaak betreft transportschade aan een zending cognac die in Frankrijk werd gestolen tijdens wegvervoer naar Rotterdam.
Gehold had het vervoer geregeld en stelt zich op het standpunt dat zij niet of slechts beperkt aansprakelijk is voor de schade op grond van de CMR. Delta Shipping voert aan dat er een samenhang is met een procedure in Frankrijk tussen Distillerie en Delta Shipping, en dat de Nederlandse procedure daarom geschorst moet worden om tegenstrijdige uitspraken te voorkomen.
De rechtbank oordeelt dat de rechtsverhouding internationaal is en onder het toepassingsgebied van de Brussel I-Verordening en de CMR valt. De rechtbank wijst op het belang van samenhang (connexiteit) tussen procedures volgens artikel 28 Brussel Pro I-Verordening om goede rechtsbedeling te waarborgen. Omdat partijen niet hebben gedebatteerd over de samenhang, wordt de zaak verwezen naar de rol voor het nemen van een akte door Delta Shipping om dit nader te onderzoeken.
De rechtbank houdt iedere verdere beslissing aan en verwijst de zaak naar een latere rolzitting. Dit vonnis betreft alleen het incident en laat de hoofdzaak onverlet.
Uitkomst: De rechtbank houdt de beslissing aan en verwijst de zaak voor nader onderzoek naar de samenhang tussen de procedures.