ECLI:NL:RBROT:2009:BI8668
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Koop onroerende zaak: nonconformiteit en klachttermijn bij bodemverontreiniging en perceelsomvang
Partijen sloten in 1999 een koopovereenkomst voor een perceel met een woonhuis. Koper ontdekte in 2002 dat het perceel kleiner was dan overeengekomen, maar klaagde pas in 2005. De rechtbank oordeelt dat deze klacht niet binnen bekwame tijd is gedaan, waardoor de vordering over perceelsomvang wordt afgewezen.
In 2005 ontdekte koper vervuild puin in de bodem en liet een bodemonderzoek uitvoeren. Koper stelt dat verkoper hiervan op de hoogte was en niet heeft geïnformeerd, waardoor sprake is van nonconformiteit. De rechtbank geeft partijen gelegenheid om bewijs te leveren over de mededelingsplicht van verkoper.
De rechtbank overweegt dat koper een onderzoeksplicht heeft en niet tijdig klaagde over bodemverontreiniging. Echter, indien verkoper op de hoogte was van het puin en dit niet meldde, geldt een uitzondering en is de klachttermijn later gestart. De rechtbank wijst buitengerechtelijke kosten af wegens onvoldoende onderbouwing.
De zaak wordt aangehouden voor nadere aktewisseling en bewijsvoering over de mededelingsplicht en het bijzondere gebruik van het perceel voor sloop en nieuwbouw. De uitspraak bevestigt het belang van tijdige klacht en de onderzoeksplicht van koper bij koop onroerende zaak.
Uitkomst: Vordering over perceelsomvang afgewezen wegens niet tijdig klagen; zaak aangehouden voor bewijs over mededelingsplicht bodemverontreiniging.