ECLI:NL:RBROT:2009:BJ2061
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid rechtbank bij geschil over inbreuk op gemeenschapsmerk en samenhangende vorderingen
In deze zaak vordert Einhorn dat CA wordt verboden inbreuk te maken op haar geregistreerde gemeenschapsmerk van een eenhoorn en dat het Benelux beeldmerk van CA wordt nietig verklaard. CA voert aan dat alleen de rechtbank Den Haag bevoegd is voor de inbreukvordering op het gemeenschapsmerk en verzoekt de rechtbank Rotterdam zich onbevoegd te verklaren.
De rechtbank stelt vast dat op grond van de Gemeenschapsmerkenverordening (GMVo) en de Uitvoeringswet GMVo de rechtbank Den Haag exclusief bevoegd is voor inbreukvorderingen op gemeenschapsmerken. De overige vorderingen die samenhangen met deze inbreukvordering kunnen onder de Brussel I-Vo worden aangemerkt als samenhangende vorderingen.
Gezien de eerdere aanhangigheid van een soortgelijke procedure bij de High Court in Londen en het belang van eenheid in rechtspraak, besluit de rechtbank Rotterdam de inbreukvordering te verwijzen naar Den Haag en de overige vorderingen aan te houden totdat in Londen is beslist. Einhorn wordt veroordeeld in de proceskosten van het incident.
Uitkomst: De rechtbank Rotterdam verklaart zich onbevoegd voor de inbreukvordering en verwijst deze naar de rechtbank Den Haag; overige vorderingen worden aangehouden.