ECLI:NL:RBROT:2009:BJ3694
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. de Wildt
- M. Schoneveld
- Y.E. de Muynk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling boeteberekening en gelijkheidsbeginsel bij bouwfraude in burgerlijke en utiliteitsbouw
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vaststelling van een boete door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) in het kader van het bouwfraudeonderzoek centraal. Eiseressen, twee aannemersbedrijven actief in de burgerlijke en utiliteitsbouw, maakten bezwaar tegen de door de NMa vastgestelde boetegrondslag en de hoogte van de boete. De NMa baseerde de boete op de aanbestedingsomzet van het jaar 2001, waarbij zij de door de onderneming gehanteerde boekhoudkundige waarderingsmethode toepaste.
Eiseressen voerden aan dat de gekozen waarderingsmethode, de 'completed contract' methode, niet representatief was en dat een alternatieve methode ('percentage of completion') een lagere omzet en daarmee een lagere boete zou opleveren. Tevens stelden zij dat de NMa onredelijk handelde en het gelijkheidsbeginsel werd geschonden. De rechtbank overwoog dat de NMa binnen haar beleidsruimte mag kiezen voor de gehanteerde waarderingsgrondslagen en dat deze keuze niet onredelijk is, mede omdat de NMa een correctie toepaste om het jaar 2001 representatiever te maken.
De rechtbank concludeerde dat het beleid van de NMa niet disproportioneel is en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, omdat geen willekeurige afwijkingen van het beleid zijn aangetoond. Het beroep van eiseressen werd ongegrond verklaard en de boete bleef gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen het boetebesluit van de NMa wordt ongegrond verklaard en de boete blijft gehandhaafd.