ECLI:NL:RBROT:2009:BJ5634
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg finale kwijting bij koop van schip met verborgen gebreken
De zaak betreft een geschil over de uitleg van een finale kwijtingclausule in een koopovereenkomst van een schip uit 2006. Koper stelde dat er sprake was van verborgen gebreken aan de motoren, waarvoor verkoper aansprakelijk zou zijn. Verkoper verweerde zich met het argument dat partijen elkaar finale kwijting hadden verleend, waardoor toekomstige claims waren uitgesloten.
Na uitvoerige beoordeling van de koopovereenkomst, de expertise en de aanvullende afspraken, concludeerde de rechtbank dat de finale kwijtingclausule ook toekomstige, nog niet geopenbaarde gebreken omvat. Dit volgt uit de bewoordingen van de brief van 6 oktober 2006 en de verwijzing naar de koopovereenkomst waarin staat dat na expertise en herstel het schip geacht wordt te voldoen.
De rechtbank stelde dat koper geen feiten had gesteld die een andere uitleg rechtvaardigen en dat het op de weg van koper had gelegen om bij onduidelijkheid navraag te doen. Hierdoor is de vordering tot schadevergoeding wegens verborgen gebreken afgewezen. Ook de vordering tot verstrekking van technische gegevens en inzage in het ontwerpdossier werd afgewezen.
De rechtbank veroordeelde koper in de proceskosten en wees de vorderingen af, waarmee het geschil definitief werd beslecht.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af wegens finale kwijting die toekomstige verborgen gebreken omvat.