ECLI:NL:RBROT:2009:BJ6283
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.J.P. van Essen
- M. Verkerk
- H.W. Vogels
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Rotterdam wijst vordering af wegens finale kwijting bij tekortschietend vermogensbeheer
Eiser, een ervaren bestuurder en aandeelhouder, had zijn effectenportefeuille ondergebracht bij Fortis, die als vermogensbeheerder optrad. Na aanzienlijke koersverliezen en liquidatie van een deel van de portefeuille ontstond een geschil over de aansprakelijkheid van Fortis voor het verlies.
Eiser stelde dat Fortis ernstig tekortgeschoten was in haar beheer en dat de regeling met finale kwijting die hij had ondertekend, nietig of vernietigbaar was wegens bedrog, misbruik van omstandigheden of dwaling. Fortis verweerde zich met het standpunt dat de finale kwijting rechtsgeldig was en de vorderingen van eiser blokkeerde.
De rechtbank oordeelde dat de finale kwijting duidelijk en begrijpelijk was geformuleerd en dat eiser, gezien zijn ervaring en positie, de draagwijdte daarvan had moeten overzien. Er was geen bewijs van wilsgebreken of onrechtmatig handelen. De finale kwijting stond daarom de toewijzing van de vorderingen in de weg.
De rechtbank wees de vorderingen af en veroordeelde eiser in de proceskosten. De inhoudelijke beoordeling van tekortkomingen in het beheer en schadevergoeding behoefde daardoor geen bespreking meer.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen af en houdt eiser aan de finale kwijting met Fortis.