ECLI:NL:RBROT:2009:BJ9135
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzet tegen verlof tot tenuitvoerlegging Roemeens vonnis wegens te laat instellen rechtsmiddel
De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot verzet tegen het verlof tot tenuitvoerlegging van een Roemeens vonnis in Nederland. Verzoekster stelde dat het Roemeense vonnis niet ten uitvoer gelegd mocht worden omdat zij niet tijdig was geïnformeerd over het stuk dat het geding inleidde. Verweerster stelde dat verzoekster te laat was met het instellen van een rechtsmiddel tegen het vonnis in Roemenië.
De rechtbank oordeelde dat de EEX-Verordening van toepassing is op dit vonnis, aangezien het na de inwerkingtreding van de verordening in Roemenië is gewezen. Volgens artikel 34 lid 2 EEX Pro-Vo kan tenuitvoerlegging worden geweigerd indien het stuk dat het geding inleidde niet tijdig aan de verweerder is betekend, tenzij deze geen rechtsmiddel heeft ingesteld terwijl hij daartoe in staat was.
Verzoekster was op 23 maart 2009 op de hoogte van het vonnis, maar had toen nog geen rechtsmiddel ingesteld. Gezien de korte termijnen in Roemenië voor het instellen van rechtsmiddelen (15 tot 30 dagen) was verzoekster op de datum van de mondelinge behandeling (31 augustus 2009) niet meer gerechtigd een rechtsmiddel in te stellen. Er was geen bewijs dat verzoekster niet in staat was dit te doen. Daarom was het verzet te laat en kon het niet slagen.
De rechtbank wees het verzoek af en veroordeelde verzoekster in de proceskosten van verweerster. De beschikking werd uitgesproken door rechter W.P. Sprenger.
Uitkomst: Het verzet tegen het verlof tot tenuitvoerlegging van het Roemeense vonnis wordt afgewezen wegens te laat instellen van een rechtsmiddel.