ECLI:NL:RBROT:2009:BJ9227
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid vervoerder en ondervervoerder voor waterschade aan brouwmout bij binnenvaart
In deze zaak stond de aansprakelijkheid centraal van een vervoerder en een ondervervoerder voor waterschade aan een partij brouwmout tijdens vervoer over binnenwateren. De opdrachtgever stelde dat de luiken van het binnenschip niet tijdig waren gesloten, waardoor de lading nat werd. De rechtbank oordeelde dat de vervoerder zijn verantwoordelijkheid had beëindigd op het moment dat het schip losgereed werd verklaard, conform het Verdrag van Boedapest (CMNI).
De opdrachtgever baseerde haar vordering tegen de ondervervoerder op onrechtmatige daad wegens het niet tijdig sluiten van de luiken. De rechtbank oordeelde dat deze handeling niet verplicht was en dat het niet nakomen daarvan geen onrechtmatige daad opleverde. De verantwoordelijkheid voor het sluiten van de luiken lag bij de partij die de lossing verzorgde.
De rechtbank verwierp de vorderingen van de opdrachtgever tegen zowel de vervoerder als de ondervervoerder en veroordeelde haar in de proceskosten. Ook de vordering tot vrijwaring werd afgewezen omdat de hoofdvordering niet toewijsbaar was. De zaak illustreert de toepassing van het CMNI op binnenvaartvervoer en de reikwijdte van aansprakelijkheid voor ladingschade.
Uitkomst: Vorderingen tegen vervoerder en ondervervoerder wegens waterschade aan brouwmout worden afgewezen.