ECLI:NL:RBROT:2009:BK3230
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.N. van Zelm van Eldik
- W.P. Sprenger
- P.A.M. van Schouwenburg-Laan
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en schadevergoeding bij ferryvervoer van trekkers en opleggers
Tijdens een ferryovertocht op 14 februari 2005 ontstond plotseling hevige slingering aan boord van het Stena Line schip, waardoor schade ontstond aan diverse trekkers, opleggers en de daarin vervoerde lading van verschillende eiseressen. De vervoerovereenkomsten waren onderworpen aan de Hague-Visby Rules (HVR) en aanvullend Nederlands recht. ITW c.s. vorderden schadevergoeding van Stena Line c.s. wegens tekortkoming in de nakoming van hun vervoersverplichtingen.
Stena Line voerde verweren aan waaronder ontheffing van aansprakelijkheid op grond van bijzondere omstandigheden zoals 'perils of the sea', synchronisatie van slingeringen en een 'freak wave', alsmede onvoldoende stuwage en verpakking van lading. De rechtbank oordeelde dat deze ontheffingsgronden onvoldoende feitelijk waren onderbouwd en faalden. De oorzaak van het slingeren bleef onbekend, waardoor de gevolgen daarvan onder het HVR-regime voor rekening van de vervoerder blijven.
De rechtbank stelde vast dat de vorderingsgerechtigdheid bij de afzenders van de vervoermiddelen ligt en dat de aansprakelijkheid van Stena Line beperkt is per kilogram van het gehele vervoermiddel inclusief lading. Diverse schadebedragen werden vastgesteld en bewijsopdrachten gegeven voor onder meer expertisekosten, eigen risico's en subrogatie van verzekeraars. De rechtbank hield het verdere oordeel aan voor bewijslevering en nadere onderbouwing van schade en aansprakelijkheid.
Uitkomst: Stena Line is aansprakelijk voor de schade aan vervoerde zaken tijdens ferryvervoer, met aansprakelijkheidsbeperking per kilogram vervoermiddel inclusief lading; bewijslevering over diverse kosten wordt opgelegd.