ECLI:NL:RBROT:2009:BK3811
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging samenwerking Modalistics en Havenbedrijf Rotterdam en bewijsopdracht voortzetting contract
Modalistics en het Havenbedrijf Rotterdam sloten meerdere overeenkomsten van opdracht waarbij Modalistics als Rotterdam Representative optrad. De laatste overeenkomst liep tot 31 december 2008, met een opzegtermijn van zes maanden. Het Havenbedrijf heeft de samenwerking tijdig opgezegd wegens gebrek aan vertrouwen in verdere samenwerking.
Modalistics vordert onder meer schadevergoeding wegens vermeende onrechtmatige beëindiging en stelt dat het Havenbedrijf toezeggingen heeft gedaan of gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat het contract zou worden voortgezet. De rechtbank kwalificeert de relatie als een overeenkomst van opdracht en stelt vast dat het Havenbedrijf de overeenkomst rechtsgeldig heeft opgezegd.
De rechtbank wijst echter Modalistics toe dat zij het bewijs mag leveren dat er toezeggingen waren of gerechtvaardigd vertrouwen bestond op voortzetting van de samenwerking na 31 december 2008. Daarnaast oordeelt de rechtbank dat Modalistics aanspraak kan maken op vergoeding van daadwerkelijk gemaakte onkosten volgens de contractuele bepalingen. Vorderingen betreffende persoonlijke schade van de DGA [persoon 1] worden afgewezen omdat hij geen partij is in de procedure.
De rechtbank houdt verdere beslissingen aan en verwijst de zaak naar een rolzitting voor nadere bewijslevering en afhandeling van onkostenvergoedingen.
Uitkomst: De rechtbank houdt verdere beslissingen aan en draagt Modalistics op bewijs te leveren omtrent voortzetting contract na 31 december 2008.