ECLI:NL:RBROT:2009:BK3908
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst na ontslag op staande voet zonder vergoeding
De werknemer trad op 13 mei 2008 in dienst bij Pec voor twee jaar als algemeen manager/GZ-psycholoog. Op 2 juli 2009 werd hij op staande voet ontslagen. Vervolgens verzocht hij voorwaardelijk om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met vergoeding. De werknemer bleek naast het dienstverband bij Pec ook een volledige ambtelijke aanstelling bij de Rijksoverheid te hebben, waar hij met behoud van bezoldiging een traject volgde om elders te solliciteren.
De kantonrechter constateerde dat de dringende reden voor ontslag niet vaststond omdat de werknemer deze betwistte en de procedure zich niet leent voor gedegen feitenonderzoek. De ontbinding van de arbeidsovereenkomst werd echter uitgesproken omdat de werknemer aangaf niet langer met Pec te kunnen samenwerken.
Vanwege de dubbele aanstelling en het behoud van volledige bezoldiging bij de rijksoverheid werd geen billijke vergoeding toegekend. Ook andere omstandigheden, zoals het financiële risico van de werknemer bij de bouw van zijn huis, rechtvaardigden geen vergoeding. De arbeidsovereenkomst was voor bepaalde tijd met een wederzijdse beëindigingsmogelijkheid, wat ook tegen vergoeding sprak.
De kantonrechter bepaalde dat elk der partijen de eigen proceskosten draagt en dat geen intrekkingstermijn aan Pec hoeft te worden gegeven.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden zonder toekenning van een vergoeding.