ECLI:NL:RBROT:2009:BK4283
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Onvoldoende gemotiveerde weigering tot handhavend optreden bij onderhoudsklachten woning
Verzoekster diende een mondelinge klacht in bij de dienst Stedenbouw en Volkshuisvesting (dS+V) van de gemeente Rotterdam over vocht- en schimmelproblemen in haar woning, welke door de woningcorporatie onvoldoende werden verholpen. De dS+V weigerde handhavend op te treden en verwees naar de woningcorporatie. Verzoekster maakte bezwaar tegen deze weigering en stelde beroep in.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de klacht als een verzoek tot handhavend optreden moest worden gezien en dat de weigering van dS+V onvoldoende was gemotiveerd, mede gelet op de langdurige aard van de klachten en de uitspraak van de Huurcommissie die een huurverlaging toekende wegens ernstige woongebreken. De rechtbank stelde vast dat ook onduidelijkheid over de oorzaak van de problemen geen reden is om geen toezicht uit te oefenen.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de gemeente binnen zes weken een nieuwe beslissing moet nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de woningcorporatie inmiddels onderzoek doet. De gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de gemeente moet binnen zes weken een nieuwe beslissing nemen over handhavend optreden.