ECLI:NL:RBROT:2009:BK4398
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens gebrek aan vooringenomenheid
In deze strafzaak diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de rechter-commissaris die belast was met het horen van een getuige. Verzoeker stelde dat de rechter-commissaris niet onpartijdig was vanwege onder meer het niet paraat hebben van dossiergegevens, het weigeren van bepaalde vragen aan de getuige, en het ongebruikelijk toezenden van het proces-verbaal aan de advocaat van de getuige.
De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld nadat mediation niet tot resultaat leidde. Uit het dossier en de zitting bleek geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. De rechter-commissaris had bevoegdheden volgens het Wetboek van Strafvordering correct toegepast, waaronder het beletten van vragen en het weigeren van beëdiging van de getuige.
Hoewel er enkele vergissingen waren in het dossierbeheer en communicatie, waren die onvoldoende om de rechter-commissaris als partijdig te beschouwen. De wrakingskamer concludeerde dat het verzoek ongegrond was en wees het af. De beslissing werd uitgesproken door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 23 november 2009.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter-commissaris is afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.