ECLI:NL:RBROT:2009:BK4411
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter-commissaris wegens gebrek aan tijdigheid en vooringenomenheid
In deze strafzaak diende verzoeker een wrakingsverzoek in tegen de rechter-commissaris die belast was met het horen van getuigen. Het verzoek betrof vermeende onpartijdigheid en onzorgvuldigheden in de procedure, waaronder het niet tijdig informeren over de aanwezigheid van de advocaat van een getuige en het belemmeren van de verdediging bij het stellen van vragen.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek voor zover gebaseerd op feiten die zich voordeden vóór het verhoor van de getuige op 17 augustus 2009 niet tijdig was ingediend en daarom niet-ontvankelijk. Voor het overige werd het verzoek afgewezen omdat er geen objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid van de rechter-commissaris bestond.
De rechtbank nam daarbij in overweging dat de rechter-commissaris bevoegd was om de orde tijdens het getuigenverhoor te handhaven, waaronder het beletten van bepaalde vragen en het bepalen van de wijze van verbaliseren. Ook werd geoordeeld dat het niet direct voldoen aan verzoeken van de verdediging omtrent het proces-verbaal geen grond voor wraking vormde.
De wrakingskamer concludeerde dat de vermeende tekortkomingen onvoldoende zwaarwegend waren om de onpartijdigheid van de rechter-commissaris in twijfel te trekken. Het wrakingsverzoek werd dan ook afgewezen, waarmee de rechter-commissaris zijn taak in de strafzaak kon voortzetten.
Uitkomst: Wrakingsverzoek deels niet-ontvankelijk wegens niet-tijdige indiening en voor het overige afgewezen wegens gebrek aan vooringenomenheid.