ECLI:NL:RBROT:2009:BK4439
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- L.A.C. van Nifterick
- H.J.M. van der Kaaij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in bestuursrechtelijke beroepsprocedure
Verzoekster heeft in een bestuursrechtelijke beroepsprocedure tegen het UWV een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die haar zaak behandelde. De grondslag van het verzoek was dat de rechter het UWV ondanks het te laat indienen van een verweerschrift toch toestond om inhoudelijk op de zaak in te gaan, wat volgens verzoekster in strijd was met het beginsel van fair play en equality of arms.
De wrakingskamer heeft het dossier bestudeerd, waaronder het proces-verbaal van de zitting, en heeft de rechter en partijen gehoord. De rechter heeft schriftelijk gereageerd en ontkent dat er sprake is van een omstandigheid die wraking rechtvaardigt.
De kamer overweegt dat wraking alleen kan slagen bij zwaarwegende aanwijzingen voor subjectieve vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. De beslissing van de rechter om het verweerschrift toe te laten is een procesbeslissing die niet zo onbegrijpelijk is dat deze een dergelijke vrees rechtvaardigt. Ook is het verweerschrift tijdig ontvangen door verzoekster en bevatte het geen nieuwe feiten.
De wrakingskamer concludeert dat er geen gronden zijn voor wraking en wijst het verzoek af.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan gegronde vrees voor vooringenomenheid.